Mijn vlinder …
Je vlinderde door het leven,
gaf kleur aan elke dag,
liet je sporen na bij mensen,
een uniek mens die men graag zag.
Je vlinderde door het leven,
ontpopte je zoals gewenst,
sloeg talentrijk uit je vleugels,
leek door geen weerstanden begrensd.
Je vlinderde door het leven,
groeide, bloeide veelbelovend,
nam ons mee op je vrije vlucht:
vlinders, nooit in einde gelovend.
Je vlinderde door het leven,
had van kwetsbaarheid een idee:
helaas,
ook de mooiste vlinder
gaat in ’t leven, veel te kort mee.
Je vlinderde door,
tot de dood zich ontpopte,
tot onvermoed
kleurloos spoor,
verlamde vleugels,
einde dat me nu huilen doet.
Je vlindert nu over de dood
tot daar waar een mens niet van weet,
maar ik zal jou nooit vergeten:
jij, die altijd Mijn Vlinder heet.